"Benut je jaarruimte!" hoor je overal. Extra pensioen opbouwen en nu belasting besparen, wie wil dat niet? Maar voor veel mensen met een goede pensioenregeling via hun werkgever is het helemaal niet zo slim als het klinkt.
Wat is jaarruimte eigenlijk?
Jaarruimte is de ruimte die je hebt om fiscaal voordelig extra pensioen op te bouwen. Je stort geld in een lijfrente of bankspaarproduct, trekt dat af van je belastbaar inkomen, en betaalt pas belasting als je het pensioen later uitkeert.
De gedachte is: je betaalt nu geen belasting (in een hoge schijf), en later wel (in een lagere schijf). Dat scheelt. Tenminste, dat is de theorie.
Hoe wordt jaarruimte berekend?
De formule is ruwweg: 30% van je inkomen minus je pensioenopbouw via je werkgever. Ofwel: hoe beter je pensioen via je baas, hoe minder jaarruimte je hebt.
Iemand zonder pensioenregeling heeft maximale jaarruimte (in 2026 tot €35.589). Iemand met een riante werkgeverspensioen heeft vaak maar een paar duizend euro, of helemaal niets.
Naast jaarruimte is er ook reserveringsruimte: niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar. Die kun je alsnog benutten, tot een maximum van €42.753 per jaar.
Wanneer is het wél slim?
Het benutten van je jaarruimte is gunstig als aan deze voorwaarden wordt voldaan:
Je hebt nu een hoog inkomen en straks een laag pensioen. Dit is de klassieke doelgroep: zzp'ers, ondernemers, mensen zonder of met een karige pensioenregeling. Zij betalen nu 49,5% belasting en straks misschien 36,97%. Dat verschil van 12,5% is je winst.
Je belegt het geld in je lijfrente. Een lijfrente bij een verzekeraar of bank kun je vaak beleggen, bijvoorbeeld in wereldwijde indexfondsen. Dan profiteert je inleg van belastingvrije groei. Gecombineerd met de aftrek kan dat behoorlijk renderen.
Je hebt het geld niet eerder nodig. Een lijfrente is geen spaarrekening. Je kunt er pas bij vanaf je 68e (of eerder met boete). Als je flexibiliteit nodig hebt, is dit geen goede plek voor je geld.
Wanneer is het niet slim?
En hier wordt het interessant. Voor veel mensen geldt namelijk een of meer van deze situaties:
Je hebt al een goed werkgeverspensioen
Als je via je werkgever al 70% van je laatstverdiende loon opbouwt, heb je weinig jaarruimte. Maar belangrijker: je pensioen is straks al hoog genoeg om in dezelfde belastingschijf te vallen als nu.
Stel je verdient €70.000 en je werkgeverspensioen keert straks €40.000 per jaar uit. Daar bovenop komt AOW van circa €21.000. Je totale pensioeninkomen is dan €61.000. Dat valt nog steeds in de hogere schijf. Extra pensioen via je jaarruimte komt daar bovenop en wordt dus ook in die hogere schijf belast.
Je betaalt nu 49,5% minder belasting, maar straks 49,5% over de uitkering. Het fiscale voordeel? Nul.
Je verwacht dat belastingtarieven stijgen
Dit is speculatief, maar niet onrealistisch. De AOW en zorgkosten worden steeds duurder. De werkende bevolking krimpt. Het is goed mogelijk dat toekomstige regeringen de belasting op pensioenuitkeringen verhogen.
Als je nu 37% bespaart maar straks 45% betaalt, heb je jezelf tekortgedaan.
Je mist de flexibiliteit
Geld in een lijfrente is geld dat je niet kunt gebruiken. Niet voor je kinderen, niet voor een carrièreswitch, niet voor een huis in Portugal. Het staat vast tot je pensioen.
Beleggen in een gewone rekening geeft minder belastingvoordeel, maar volledige vrijheid. Voor sommige mensen is die vrijheid meer waard dan de belastingbesparing. En vergeet niet: je hebt ook gewoon een noodfonds nodig waar je wél bij kunt.
Je box 3 vermogen is laag
Geld in een lijfrente zit niet in box 3. Dat is vaak een voordeel. Maar als je vermogen onder de vrijstelling valt (€59.357 per persoon in 2026), betaal je sowieso geen box 3 belasting. Dan valt dat voordeel weg.
Een rekenvoorbeeld
Laten we twee situaties vergelijken.
Situatie A: Ondernemer zonder pensioen
- Inkomen nu: €80.000
- Pensioen straks: alleen AOW, circa €21.000
- Stort €10.000 in lijfrente
- Belastingbesparing nu: €4.950 (49,5%)
- Belasting over uitkering later: €3.756 (37,56% over €10.000 plus rendement)
- Voordeel: €1.194 plus belastingvrije groei
Situatie B: Werknemer met goed pensioen
- Inkomen nu: €80.000
- Pensioen straks: €45.000 werkgever + €21.000 AOW = €66.000
- Stort €5.000 in lijfrente (beperkte jaarruimte)
- Belastingbesparing nu: €2.475 (49,5%)
- Belasting over uitkering later: €2.475 (49,5% want boven €78.426)
- Voordeel: €0, alleen belastinguitstel
In situatie B heb je geen echt voordeel. Je schuift belasting door naar later, maar bespaart niets. Je geld zit wel 30 jaar vast.
Maar rendement dan?
Een veelgehoord argument: "Maar in een lijfrente groeit het belastingvrij!" Dat klopt. Maar dit voordeel is kleiner dan je denkt, en soms helemaal afwezig.
Hier is het cruciale inzicht: of je nu eerst 50% korting krijgt en daarna rendement maakt, of eerst rendement maakt en daarna 50% belasting betaalt, het eindresultaat is wiskundig identiek.
Een voorbeeld: stel je hebt €10.000 en het belastingtarief is 50%.
- Lijfrente: Je stopt €10.000 in, krijgt €5.000 terug van de fiscus. Je €10.000 verdubbelt naar €20.000. Bij uitkering betaal je 50% belasting: €10.000 over.
- Vrij beleggen: Je stopt €5.000 in (want je hebt geen belastingteruggave). Dat verdubbelt naar €10.000. Je houdt €10.000 over.
Precies hetzelfde bedrag. De volgorde van vermenigvuldigen maakt niet uit: 0,5 × 2 = 2 × 0,5. Het "belastingvrij groeien" in een lijfrente is geen echt voordeel als je uiteindelijk hetzelfde percentage belasting betaalt.
Wanneer is er wél voordeel? Alleen als het belastingtarief bij uitkering lager is dan bij inleg. Betaal je nu 49,5% en straks 37%? Dan profiteer je van dat verschil van 12,5%. Maar val je straks in dezelfde schijf? Dan is de lijfrente vooral een dure manier om je geld 30 jaar vast te zetten.
Daarnaast speelt box 3 mee. In een gewone beleggingsrekening betaal je jaarlijks vermogensbelasting (circa 2% effectief). Dat vreet aan je rendement. In een lijfrente niet. Maar als je vermogen onder de vrijstelling valt (€59.357 per persoon), betaal je sowieso geen box 3 belasting en valt ook dit voordeel weg.
Mijn kijk hierop
Jaarruimte benutten is geen automatisme. Voor zzp'ers en mensen met een mager pensioen is het vaak slim. Voor werknemers met een degelijke pensioenregeling is het minder vanzelfsprekend.
Mijn advies: reken het uit voor je eigen situatie. Kijk naar je verwachte pensioeninkomen (mijnpensioenoverzicht.nl). Schat in welke belastingschijf je dan zit. En vraag jezelf af of je het geld de komende decennia kunt missen.
Soms is het beter om je geld flexibel te houden en wat meer belasting te betalen. Dat is geen domme keuze. Dat is een bewuste afweging. Heb je een hypotheek? Dan kan extra aflossen of beleggen ook een alternatief zijn voor je jaarruimte.
Bronnen
- Belastingdienst jaarruimte: officiële berekening en voorwaarden
- Mijnpensioenoverzicht.nl: check je verwachte pensioen
- Rijksoverheid AOW bedragen: actuele AOW uitkeringen
- Belastingdienst tarieven: actuele belastingschijven